Van geitenwollen sokken naar business issue
19-08-2010 11:09:05
Duurzaam inkopen krijgt GWW-keten in greep
Van geitenwollen sokken naar business issue
Sinds de overheid streeft naar een duurzaam inkoopbeleid, is de logische vraag wat precies met ‘duurzaamheid’ wordt bedoeld. Is het meetbaar en hoe? En waar heeft het betrekking op? Den Haag hanteerde daarvoor aanvankelijk criteria die waren opgesteld door Agentschap NL, het voormalige SenterNovem. Op die criteria kwam nogal wat kritiek, vooral door het rigide karakter van die voorschriften. Al te stringente criteria kunnen innovatie in de weg zitten, en dat is ook weer strijdig met wat een opdrachtgever als Rijkswaterstaat wil. In 2004 had de Rijkswaterstaatorganisatie namelijk een omslag gemaakt naar functionele vraagspecificaties, zeg maar functionele minimumeisen waaraan een aannemer moet voldoen. Het idee daarbij was de uitvoerder zelf innovatieve oplossingen aan te laten dragen. Dat principe wordt geweld aangedaan wanneer alles op het vlak van duurzaamheid tot in de puntjes wordt voorgeschreven. Daarom ontwikkelde Rijkswaterstaat een eigen rekenmethode: DuboCalc: een computerprogramma dat de milieueffecten berekent van het materiaal- en energiegebruik van infrastructurele werken. DuboCalc werkt milieueffecten om tot de zogenoemde MilieuKostenIndicator. Die MKI geeft weer hoe groot de impact van een project is op het milieu. De MKI wordt vervolgens meegenomen in aanbesteding volgens het EMVI-principe, de Economische Meest Voordelige Inschrijving. Een opdracht wordt niet alleen op laagste prijs gegund, maar ook op basis van andere criteria, zoals publieksgerichtheid, duurzaamheid en projectbeheersing. In 2009 is proefgedraaid met het DuboCalcsysteem en de verwachting is dat dit jaar tien tot vijftien projecten met DuboCalc door Rijkswaterstaat zullen worden aanbesteed.
DuboCalc
De eerste twee infraprojecten die inmiddels met DuboCalk zijn doorgerekend, zijn A15 Maasvlakte-Vaanplein en A12 Lunetten-Veenendaal. De aanbestedingen worden deze zomer afgerond. En ook al zijn het er nu nog maar twee, Joris Schillemans, projectleider Duurzaam inkopen bij RWS, heeft er een goed gevoel bij. Schillemans. ‘We hebben inderdaad betere, echt duurzame antwoorden gekregen op onze vragen. En het gaat over nogal wat: niet alleen over materialen en energiegebruik, maar in het geval van Lunetten-Veenendaal moet er bijvoorbeeld ook een plan komen voor duurzame bedrijfsvoering over de onderhoudscontractperiode van 23 jaar. In deze fase is dat een leertraject voor ons én voor de markt. We moeten de markt niet overstelpen met een stortvloed aan nieuwe dingen. Met de branche is nu afgesproken om deze systematiek getemporiseerd in te voeren. Zo krijgt iedereen de tijd om op een gezonde manier kennis te maken met deze manier van werken’.
CO2-prestatieladder
DuboCalc is niet de enige methode om het duurzaamheidsgehalte in beeld te brengen. In 2009 introduceerde ProRail de CO2-prestatieladder. Dit is een systeem waarbij bedrijven die aantoonbaar hun CO2-uitstoot hebben verlaagd een korting krijgen op de aanbestedingssom. Het systeem werkt met zes trappen - nul tot vijf - waarbij trap vijf een kortingspercentage van tien procent oplevert. Om een trap te bereiken, moet aan een pakket van eisen worden voldaan die via een audit worden geverifieerd. ‘Als je tien procent korting geeft op een miljoen is dat een serieus voordeel’ zegt Erik Stoelinga, manager inkoop bij Volker Rail en projectleider CO2-prestatieladder. Volker Rail was op 24 maart van dit jaar de eerste die op niveau 5 van de CO2-ladder terecht kwam; de hoogste trap. ‘We hebben er veel voor moeten doen, maar we verdienden die kosten in één keer terug toen we op basis van de positie op de CO2-ladder een opdracht binnenhaalden.’
Managementinstrument
Toch zit het voordeel van trede vijf niet alleen in het concurrentievoordeel. Volgens Stoelinga is zeker zo belangrijk dat de CO2-ladder de efficiëntie van de interne processen stimuleert. Het werkt als een managementinstrument, vergelijkbaar met ISO of VCA. Dat is in wezen ook het verschil tussen DuboCalc en de CO2-ladder. DuboCalc is projectspecifiek en zegt iets over het milieuprofiel van een project. De CO2-prestatieladder is een indicator voor de duurzaamheid van de bedrijfsvoering, CO2-reductie in het bijzonder. Stoelinga: ‘Binnen Volker waren al initiatieven op het gebied van duurzaamheid. Maar duurzaam kan ook betekenen dat je te duur wordt om te kunnen concurreren. Dat is een spanningsveld. Maar met de komst van de CO2-ladder ging het opeens allemaal heel snel. Nu hebben we duurzaamheid nodig om concurrerend te kunnen zijn. Bovendien, door de CO2-ladder is het hele bedrijf veel scherper geworden op energieverbruik. Neem ICT. Uit een business case bleek dat – puur op financiële gronden – het veel beter was om de geplande vervanging van 27 servers eerder uit te voeren. Ze werden niet alleen vervangen door veel zuinigere apparaten, maar er bleek ook dat de kosten van airconditioning met zestig procent naar beneden konden. Dat is ook de kracht van de CO2-ladder. Er is nu bijvoorbeeld gestart alle medewerkers een training in ‘het nieuwe rijden’ te geven. Dat klinkt misschien soft, maar het is gewoon financieel aantrekkelijk. Bij een deel van onze medewerkers werd duurzaamheid een geitenwollensokkenverhaal gevonden, maar door de CO2- ladder is het is een business issue’.
Versnelling
De CO2-prestatieladder heeft dus een effect dat veel verder gaat dan een gunning alleen. Dat constateert ook Ger van der Wal, hoofd inkoop/KPI bij Prorail en bedenker van de ladder. ‘Bedrijven zeggen dat het een stimulans was om binnen de onderneming duurzaamheid serieus te nemen. Zo was er een groot, niet-beursgenoteerd bedrijf dat duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen weliswaar hoog op de agenda van de Raad van Bestuur had staan, maar waar die items met een zekere regelmaat ook sneuvelden. De CO2-ladder heeft daar in één klap verandering in gebracht. We zagen ook dat er - overigens beursgenoteerde - bedrijven waren die al veel aan duurzaamheid deden, maar waarbij de CO2-ladder voor een enorme versnelling heeft gezorgd. Bedrijven komen nu naar ons met eigen initiatieven. Het balletje wordt op allerlei manieren vanuit de markt teruggespeeld. Het effect is veel groter dan verwacht. Daar is Prorail apetrots op’.
Voorwaarde voor succes
Het effect van het inkoopgedrag van de overheid is overal in de keten voelbaar. Volgens Henk Vos, inkoopmanager bij Van Hattum en Blankevoort en voorzitter van het Infra Inkoopoverleg van Volker-Wessels, is ‘duurzaamheid’ zelfs een voorwaarde om succesvol op de markt te opereren. Sterker nog, als je het niet doet, dreig je uitgesloten te raken. Aannemers maken duurzaamheid tot een vaste waarde binnen de bedrijfsvoering. Vos: ‘VolkerWessels heeft dit jaar bijvoorbeeld voor het eerst een duurzaamheidjaarverslag uitgebracht. Deels om maatschappelijke verantwoordelijkheid vorm te geven; deels om aan de toegenomen belangstelling voor duurzaamheid tegemoet te komen. Er zijn ook zogenaamde Corporate Responsabilityspeerpunten geformuleerd. Onderdeel daarvan is de vastlegging van ethische principes hoe om te gaan met de markt, zoals met de toeleveranciers. Het gaat ook niet allemaal in een keer en ook niet top down, maar in samenspraak met de betrokken partijen’.
Uniforme methode
Eén van die partijen is de groep toeleveranciers. Niveau vier en vijf van de CO2-ladder stelt bijvoorbeeld eisen aan de omgang met toeleverende partijen. En ook Rijkswaterstaat kijkt naar dat deel van de keten. Onvermijdelijk dus dat de toeleveranciers steeds meer met duurzaamheideisen te maken zullen krijgen. ‘Dat merken we volop,’ zegt Michiel Nieuwenhuys, secretaris van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw, NVTB. ‘Dat juichen we toe, maar we maken ons ook zorgen. De leden zijn vooral ongerust over de vraag welk systeem ze moeten toepassen voor Duurzaam Inkopen: DuboCalc, GreenCalc+, EcoQuantum, GPR-Gebouwen, de CO2-ladder? De ene partij gebruikt het ene instrument; en de andere een ander. Zo dreigt er een ongelijke strijd te ontstaan, wordt dubbel werk gedaan en dat geeft onrust in de sector. Wij willen daarom een uniform rekenmodel voor de milieuprestatie van een bouwwerk, zoals aangekondigd voor het Bouwbesluit 2011. Zorg ervoor dat er een eenvormige basis ligt voor berekeningen. Die bestaat voor de energieprestatie ook; waarom dan niet voor milieu? Bovendien is er sinds kort al een belangrijke stap in die richting gezet. In april presenteerde Stichting Bouwkwaliteit een op MRPI (Milieu Relevante Product Informatie) gebaseerde , geharmoniseerde methode voor het bepalen van de materiaalgebonden milieubelasting van gebouwen en GWW-werken. Daar zouden we nu heel goed gebruik van kunnen maken.
Onze leden worden nu met zoveel systemen geconfronteerd dat het veel wegheeft van wildgroei. We zijn daarom als branche in overleg met Rijkswaterstaat met het doel de knelpunten te inventariseren. In september moeten we de balans hebben opgemaakt. Maar eigenlijk willen we dat er pas op de plaats wordt gemaakt met Duurzaam Inkopen, totdat er eenduidigheid is.’
Versie 2.0
Hoewel iedereen duurzaamheid belangrijk lijkt te vinden, is er voor de keten nog een hele weg te gaan. Er wordt gepraat; in allerlei samenstellingen tussen separate ondernemingen, branches, opdrachtgevers en ministeries.Ger van der Wal van ProRail ziet intussen kansen voor een combinatie van het projectgerichte DuboCalc en de meer managementgetinte CO2-ladder. De bedoeling is dat in de zomer van dit jaar een tweede versie uitkomt van de CO2-prestatieladder, waarbij een combinatie mogelijk is met DuboCalc. Een CO2-ladder versie 2.0: een algemeen toepasbaar model voor de GWW, waarin per project zichtbaar/meetbaar is gemaakt wat de effecten zijn. Bovendien zal volgens Van der Wal de rol van de NGO’s in de CO2-ladder worden gestroomlijnd.Ook Rijkswaterstaat bemoeit zich met de keten, en als het aan Schillemans van Rijkswaterstaat ligt ook steeds meer met de ‘carbon footprints’ van alle marktpartijen. ‘Kijk,’ zegt Schillemans. ‘Als we drie kilometer snelweg inkopen, kopen we eigenlijk ook CO2-emissie . Daar gaan we ook invloed op uitoefenen. We willen de levenscyclus van de hele keten daarin betrekken. Daarvoor hebben we een programma in het leven geroepen: ‘het duurzaam avontuur’. De centrale vraag daarbij is hoe de CO2-reductie in de keten vorm te geven. Dit werken we verder uit met stakeholders in prioritaire sectoren in de GWW en presenteren dit eind dit jaar aan het bestuur van Rijkswaterstaat.’ Schillemans wil niet speculeren op de uitkomst. Het resultaat ligt volgens hem nog helemaal open.
Pagina per e-mail verzenden
Vul onderstaand formulier in om uw deze pagina per e-mail naar uw kennis of collega te sturen.
